vrijdag 12 juni 2026

Wageningen

13 juni 1976. Een zondag. De zon scheen – het was mooi weer, dat weet ik zeker. 

Ik ben 11 en al ruim een jaar helemaal in de ban van VVV. Alle thuiswedstrijden van de partij. Levendige herinneringen aan de mistwedstrijd tegen Haarlem en het periodekampioenschap na winst tegen Heerenveen. Daarna de nacompetitie. Ik heb ze thuis zien winnen tegen Wageningen, ik heb ze uit zien verliezen tegen Fortuna, ik heb ze thuis zien winnen tegen Vitesse, ik heb ze thuis zien winnen tegen Fortuna. Vandaag winnen in Wageningen en VVV, mijn VVV, promoveert naar de eredivisie. En ik ben erbij. 

Wie gingen er mee? Mijn vader en ik (11), dat weet ik zeker. Van A. en J., voormalige buurtgenoten, enkele jaren ouder dan ik, ben ik tamelijk zeker. Het kan haast niet anders of oom J., toen nog woonachtig in Bergen, was er ook bij. J., een collega van m’n vader, ontbrak ditmaal vermoed ik. Misschien zie ik nog iemand over het hoofd, maar ik denk dat we met z’n vijven waren. Met z’n vijven in de Eend. De naar het paars neigende rode Eend, al kan het ook de gele of de gebroken witte Eend zijn geweest. In elk geval een nog gordelloze Eend. Ondanks de zon geen open dak. Ook geen halfopen dak. Ik in het midden op de achterbank. Of, als we toch met z’n zessen waren, in de kattenbak.

De A73 bestond nog niet. Bij Well via de baileybrug de Maas over. Ongetwijfeld zal het stoplicht op rood hebben gestaan. Dat stoplicht stond altijd en eeuwig op rood. Oom J. ophalen in Bergen is gelukkig geen grote omweg. Het is druk, ongelooflijk druk. Bij de Heijense Molen staat een file. Gaan we het wel halen? Waarom zijn we ook niet eerder vertrokken?

Begonnen alle nacompetitiewedstrijden, bij gebrek aan kunstlicht en overvloed aan daglicht, niet om achttien uur dertig? Hoe laat zouden we zijn vertrokken? Ongetwijfeld te laat. We vertrokken naar mijn zin áltijd te laat. Waardoor het voor mij in het stadion vechten werd om een plaats onderaan het hek. En ik was geen vechter.

Ooit moet die file zijn opgelost. Daarna betrekkelijk rimpelloos door Gennep, Milsbeek, Plasmolen, Mook, Molenhoek, Malden. Ook midden door Nijmegen en Arnhem? Of was daar toen wel al een autoweg? Hoe dan ook belanden we bij Renkum opnieuw in een file. Een beslissendenacompetiewedstrijdfile. Die maar niet wil oplossen. Terwijl de aftrap nadert en nadert. Iemand, waarschijnlijk m’n vader, besluit dat we het laatste stuk maar moeten gaan lopen. Hij parkeert de Eend bij een inham aan een bosrand, aan de linkerzijde van de weg. 

Met z’n duizenden lopen we in gezwinde pas over het fietspad naar het stadion. Aanzwellende stadiongeluiden. Hadden we al kaartjes, in de voorverkoop gekocht bij Jan Klaassens aan de Parade? Of gewoon ter plekke aan de kassa gekocht? Ik vermoed dat laatste. Geen herinneringen aan, evenmin aan lange rijen bij de kassa.

Vijf minuten voor de aftrap zijn we eindelijk binnen. Overdekte staanplaats aan de lange zijde, zes gulden. Bomvolle tribune, louter gevuld met VVV-aanhangers – Wageningen is al uitgespeeld. Onderaan het hek een aaneengesloten rij leeftijdgenootjes, zonder ook maar één gaatje. Geen vechter, dus wordt het tweede rang onderaan het hek. In mijn rug, op een van de onderste treden van de staantribune, mijn vader en de drie anderen. We staan een tiental meters ter rechterzijde van de middenlijn, niet zo héél ver van de VVV-dug-out.

Vreemd genoeg nauwelijks herinneringen aan de wedstrijd zelf. Ja, de 1-0, al vrij snel, van Rossie, aan ónze zijde. Snel na rust de 2-0 van Mikan aan de andere kant. Ongetwijfeld zullen de gezangen onafgebroken door het stadion hebben gegalmd, maar ik herinner het me niet. Wat ik me wel herinner is de blunder – zo oogde het althans – van Sobczak, met de 2-1 tot gevolg. En dat Kramer, Gerrit Kramer, met een bebloed hoofd op de brancard werd afgevoerd. En dat het daarna toch nog tricky werd. 

De ongekende vreugde na afloop. Rob Baan op de schouders, vlak voor m’n neus. Bossen bloemen voor de spelers. Bossen bloemen die de spelers over de hekken naar de supporters gooien. Eén bloem uit het boeket van Jacques Hermans belandt voor mijn voeten. Ik raap de bloem op. Het is een paarse bloem.

Geen herinneringen aan de terugweg. Ongetwijfeld files, maar ik herinner het me niet. Ik herinner me wel mijn trots, mijn onbeschrijflijke trots op VVV, de nieuwbakken eredivisionist met de zanglustigste supporters van allemaal. Ik herinner me ook mijn vraag of we zouden doorrijden naar Venlo voor de huldiging. Nee, besliste mijn vader, het is al laat genoeg en je moet morgen weer naar school. Verdomme ja, morgen weer naar die kloteschool. 

De paarse bloem van Jacques Hermans overleefde de terugreis. Het was een bloem met relikwiepotentie, zoveel was me wel duidelijk. Maar ik had geen idee hoe ik die bloem moest promoveren tot relikwie. Hoe langer ik talmde, hoe meer de paarse bloem van Jacques Hermans verwelkte. Het laatste dat ik me herinner van de paarse bloem van Jacques Hermans is dat de schamele restanten ervan een kommervol bestaan leidden achter een box van de radio. 

Bloemen verwelken
schepen vergaan
maar mijn liefde voor VVV is altijd blijven bestaan

De 1-0 door Ger van Rosmalen




Gehuld in een Wageningen-shirt gooit Marty van den Tillaar zíjn boeket over het hek

zaterdag 25 april 2026

VVV – Almere City


I
‘Ik zie de mooie koplampen van De Koel al’, hoor ik de passerende jongeman met een flesje bier in z’n rechterhand zeggen als we net de rotonde naar de Vierpaardjes zijn gepasseerd.

De Koel als bedevaartsoord
De Koel als poel des verderfs
De Koel als hemel
De Koel als theater
De Koel als slangenkuil
De Koel als wintertuin
De Koel als luxeresort
De Koel als kerk
De Koel als toverparadijs
De Koel als arena
De Koel als hel

Ik kan het me allemaal voorstellen. Maar De Koel als auto? Auto met vier vierkante wielen, elk voorzien van een koplamp. Moeilijk, te geforceerd.


II
24 april en het seizoen is al voorbij. 24 april! Ooit eerder voorgekomen dat het seizoen al zó vroeg was afgelopen? Wat doen ze ons aan?


III
Je hebt van die jaren waarbij tijdens de laatste wedstrijd van het seizoen de weemoed door het stadion giert. Of anders wel door mij. Aangename bezigheid, jezelf wentelen in weemoed. Stiekem een traantje wegpinken terwijl je terugdenkt aan wat we hier dit seizoen toch weer allemaal hebben meegemaakt, terwijl je treurt om het vertrek van spelers die je in je hart had gesloten.

Ditmaal blijft de weemoed uit. Herinneringen aan de winst tegen Roda zijn al te ver weggezakt, de hattricks van Zandbergen liggen nog te vers in het geheugen. En vertrekkende spelers genoeg, maar ze hebben niet kunnen beklijven, ze hebben de status van passant nooit weten te overstijgen. De vertrekkende trainer evenmin. Ja, van Timber, Saddiki en Schoonderwaldt had ik nog wel meer willen zien – niet voor niks de enigen van de vertrekkers die worden toegezongen – maar ook hun vertrek voelt niet als een héél pijnlijk gemis. Wat verder meespeelt, is de wetenschap dat drie wel in-het-hart-geslotenen lijken te blijven: Blancquart, Zandbergen (De Kane van De Koel) en Heise. Toch wel het meest verliefd op Heise met z’n goddelijke linker, ook gisteren weer.


IV
23e minuut: met een sliding voorkomt Luuk Verheij een zeker lijkend doelpunt. Geweldig. Nog geweldiger: Luuk Verheij gaat vervolgens niet uitzinnig juichen. Kom daar tegenwoordig nog maar eens om.  

V
Weemoed naar Wageningen 1976 ligt bij mij heel dicht aan het oppervlak. Altijd. Maar de parade van wankele oudjes tijdens de rust was vooral confronterend. Ook de Helden van de Berg blijken breekbaar. Doet afbreuk aan de mythe, mijn mythe. Niet meer doen. Laten we de grens op helden van weleer die nog een keer mogen komen opdraven vanaf nu stellen op 25 jaar na hun heldendaden.

VI

Over heldendaden gesproken: VVV is de club die in het seizoen 2025-2026 het langst zonder gelijkspel bleef in de competities op het eerste en tweede niveau van de top 10 van de UEFA Coëfficiënten Ranglijst (Engeland, Italië, Spanje, Duitsland, Frankrijk, Nederland, Portugal, België, Turkije, Tsjechië). Toch nog iets om trots op te zijn.

zaterdag 11 april 2026

VVV – De Graafschap


Wanneer ‘s middags om vier uur
onze schoolbel was gegaan
en we gingen voetbal spelen,
dan kwam Freek er altijd aan.

Frekie woonde in de buurt
maar zat niet op onze school.
Het was een imbeciele jongen,
een mongool.

Meestal riep er iemand wel:
‘Kom maar, Frekie, doe maar mee.’
Welke kant ie uit moest schoppen,
daarvan had hij geen idee.

Maar we legden soms de bal
op twee meter van het doel,
en we riepen: ‘Schieten, Frekie!’
En hij trok een ernstig smoel.

Als het raak was, dook de keeper
mooi naar de verkeerde kant,
en ‘t was goal, en dan was Frekie
kampioen van Nederland.

Mensen vinden Frekie zielig,
maar dat is-ie niet voor mij,
want ik kende nooit een jongen
die zo blij kon zijn als hij.



Uit 1974. Willem Wilmink schreef het, Harry Bannink zette het op muziek, Joost Prinsen zong het. En ik werd er door verpletterd en ben er sindsdien altijd verpletterd door gebleven.

Op ons trapveldje voetbalde in die tijd ook een Frekie. Een betere voetballer dan de Frekie van Wilmink: zelfs als onze Frekie vanaf twintig meter aanlegde, had de keeper geen schijn van kans.

Onze Frekie is niet meer. En de Frekie van Wilmink? Die meen ik af en toe te ontwaren in De Koel. In de hoedanigheid van VVV-supporter. Oudere man, zittend op de voorste rij, altijd gehuld in een VVV-shirt, andere VVV-parafernalia meetorsend in een plastic tasje, wat moeilijk ter been, indrukwekkend aantal ringen om z’n vingers, geen syndroom van Down, vermoedelijk wel een lichte verstandelijke handicap. Hij is er veel vaker niet dan wel. Maar als hij er is, is het onmogelijk om níet aan Frekie te denken. Want ik kende nooit een man die zo blij kan zijn als hij.

Op de plaats waar hij zit, komen ze allemaal voorbij: spelers, trainer, scheidsrechter, grensrechters. Steeds hetzelfde tafereeltje: hij roept iets, ze kijken naar hem, hij wenkt hen te komen. Stuk voor stuk komen ze. Hij slaat z’n arm om hun schouder, lacht, z’n begeleider – aantal jaren jonger dan hij – maakt een foto, Frekie deelt nog een schouderklopje uit, steekt z’n duim op en glundert. Ik kende nooit een man die zo kan glunderen als hij.

Als VVV, of nee, als Dean-Dean-Zandbergen het onmogelijke mogelijk maakt door diep in blessuretijd van 1-3 nog op 3-3 te komen, ontploft het zeiknatte stadion. Frekie juicht. En glundert.

Trainer Peter Uneken is niet zo van het in het openbaar tonen van zijn emoties. Ditmaal bedankt hij applaudisserend het publiek, zonder oogcontact te maken. Bij het verlaten van het veld laat hij de rijen jongetjes die staan te wachten om met hem of de spelers op de foto te gaan links liggen – bewust of onbewust, doet er niet toe. Stoïcijns loopt hij richting uitgang. Totdat hij ineens omkijkt. Iemand heeft toch op de een of andere manier zijn aandacht weten te trekken. Frekie. Uneken draait zich om, loopt breeduit lachend naar hem toe, geeft hem een hand, krijgt een schouderklopje, gaat met hem op de foto, krijgt een (beringd) duimpje en vervolgt zijn weg naar de uitgang. En Frekie? Frekie glundert. Ik kende nooit een man die zo blij kan zijn als hij.





zaterdag 4 april 2026

VVV – Cambuur Leeuwarden


I
Treinvertraging. Daarom in gezwindere pas dan normaal d’n Berg op.
Bij de rotonde naar de Vierpaardjes en Groenveldsingel staat tussen Lidl en Albert Heijn een vrachtwagen geparkeerd met het opschrijft ZANDBERGEN.
Foto maken? Nee. Doorlopen. Stoppen leidt tot nog meer vertraging.
Of nee. Wacht. Toch maar teruglopen om die foto te maken, je weet nooit waar dat goed voor kan zijn. En die halve minuut extra vertraging maakt ook niet uit.


II
Visioenen van Dean die na gedane zaken onderweg naar De Koel in z’n truck met de vlam in de pijp door de Leutherweg en de Merelweg scheurt, terwijl hij onaangedaan de Jezuïetenstraat, de Papegaaistraat, de Manresastraat, de Kapelaan Nausstraat, de Loyolastraat en de Salesianenstraat links en rechts laat liggen.

III
Wat een ernstige belemmering vormt voor de carrièreperspectieven van Dean? Hij is niet zingbaar. Noem al die spitsen van de laatste jaren maar op: Giorgos Giakoumakis, Michalis Kosidis, Konstantinos Doumtsios, Sven Braken, Ralf Seuntjens, Peniel Mlapa, Bjorn van Zijl, Pepijn Doesburg. Stuk voor stuk zijn ze zingbaar. Probeer het maar. Maar Dean Zandbergen? Nope, niet zingbaar. Nu blijft het bij scanderen: Dean, Dean, Zandbergen. Armzalig, niet aanstekelijk, blijft niet hangen. Niemand hoor je na afloop Dean, Dean, Zandbergen scanderend d’n Berg afdalen. Scanderen is geen zingen. Scanderen is second best. Suggestie: zo lang er geen betere optie voorhanden is Dean, Dean, Zandbergen vervangen door een telkens herhaald, langgerekt Dean, Dean, Dean.


IV
Torinstinkt betekent in de eerste plaats op de juiste plek staan, een neusje voor de goal hebben. Letterlijker betekent Torinstinkt weten waar de goal staat. Dean na afloop over zijn magistrale derde: ‘De goal verschuift niet.’ Een klassieker is geboren.

V
Mikanista, 9 februari 2025, VVV-MVV, over de debuterende Dean: ‘Ik zag ook een nieuwe spits, Dean Zandbergen, die in de veertig minuten dat hij meespeelde aantoonde dat hij zowel Kosidis als Doesburg als Doumtsios kan doen vergeten (waar trouwens niet zo héél veel voor nodig is).’

VI

Na afloop wordt Dean uitgebreid geknuffeld door Henk de Jong. Even later zegt Henk de Jong daarover: ‘Je moet altijd netjes zijn in het voetbal.’ Je zou kunnen zeggen dat Henk de Jong z’n eigen pr goed verzorgt. Je zou je kunnen afvragen of Henk de Jong dit ook gedaan en gezegd zou hebben als Cambuur de punten nog nodig had gehad. Maar je zou ook kunnen zeggen dat het voetbal wel zou varen bij meer Henk de Jong-en.

VII
Heerlijke avond.

woensdag 18 maart 2026

VVV – Jong Ajax


- Heej!
- Ha!
- Wat brengt jullie hier?
- We gaan twee keer per jaar
- Een keer in het najaar en een keer in het voorjaar

- Ik wil wat lekkers
- Nee

- Wel een lekkere wedstrijd uitgekozen
- Ja
- Dinsdagavond
- Niks meer om voor te spelen
- Geen publiek
- Champions League op televisie

- Ik wil wat lekkers
- Straks

- De vorige keer dat we hier waren wonnen ze met 4-0
- Maar ze hadden eigenlijk moeten verliezen
- Tegen wie was dat ook alweer?
- Tja, daar zeg je me iets
- Ik weet nog wel dat ze eigenlijk kansloos waren
- Tegen wie was dat nou?

- Wat een geweldige speler zeg, die Van Zijl
- Hij mist kans op kans

- Ik wil wat lekkers
- Pas als ze twintig minuten hebben gespeeld

- Terugkomend op die frikandellenfabriek in Meterik
- Ja, dat je dat niet wist
- Niemand wist het
- Jawel, de Lange ván d’n Uul
- Echt?
- Hij snapte niet waarom ik het jou had gevraagd en niet hem
- Haha
- Frikandellen! Meterik! Van Mullekom! Dat je dat niet wist!
- Geweldig!

- Twintigste minuut
- Hier dan
- Ik denk dat je daar niet met munten kunt betalen
- Hier dan

- Die dynamiek van Van Zijl, alles op het hoogste tempo, ongelooflijk
- Maar hij mist steeds
- Komt vanzelf
- Moet ik nog zien

- Nee!
- Wat?
- Hij zit een wedstrijd van de Champions League te spoileren
- Hoe bedoel je?
- Hij zegt dat Sporting met 3-0 voor staat
- Nou en?
- Dat wil ik helemaal niet weten!

- Het was trouwens tegen Emmen
- Wat?
- Die 4-0 toen jullie hier waren
- Verrek ja, Emmen
 
- Buitenspel!
- Volgens mij niet hoor
- Jawel
- Hij zat er al in voordat hij ‘m raakte
- Lijkt me sterk

- Ik ga ze terugbrengen
- Prima

- Die Van Zijl zijn ze kwijt na dit seizoen
- Geloof ik niks van
- Minstens anderhalf miljoen
- Verder alles goed?

- Ze vroegen of ik munten wil of geld
- Hoe bedoel je?
- Voor die bekers
- Oh zo
- Ik denk dat wij hier niet zo vaak heengaan
- Nee, ik wil hier niet elke week naartoe
- Dan kunnen we beter geen munten nemen
- Nee
- Dan geef me maar je pinpas

- Vreselijk dat tijdrekken van Ajax
- Steeds bij die corners
- Wat een armoe zeg
- Ik zou ‘m ook onderuit schoffelen

- We gaan
- Tot in het najaar dan maar
- Jazeker
- Doe de groeten aan de Lange ván d’n Uul

- Ik lees het morgen wel
- Uiteraard
- Je hebt je stukje nu zeker al klaar?
- Wat dacht jij dan?


zaterdag 7 maart 2026

VVV – RKC


dames en heren
onze machinist
ditmaal afkomstig
uit haarlem
brengt ons dadelijk
veilig en op tijd
op station venlo

met de trein
zoals het hoort
eindelijk weer
de wandeling
mannen
uitsluitend mannen
jongemannen
keuvelend
venloos
nederlands
duits
engels
pools
vroegevoorjaarswarmte
windstilte
fluitende vogels
voorpret
verwachtingen
het hangt in de lucht

het wrede ontwaken
mijn god zeg
grottenschlecht
maria
hoop der hopelozen
niet present
verplichtingen elders
waarschijnlijk

toch verlossend licht
verrassend nabij
vijfendertigste minuut
schietkans wehmeyer
wehmeyer talmt
schietkans weg
de man
schuin achter me
ik heb een boek 
uitgelezen 
voordat ie schiet

hilbert kuik, het schot (192 blz)
hella haasse, het woud der verwachting (616 blz)
jimmy greaves en norman giller, don't shoot the manager (368 blz)
herman heijermans, op hoop van zegen (78 blz)
harry mulisch, de ontdekking van de hemel (901 blz)
justus de visser, redeloos, radeloos, reddeloos, opnieuw een rampjaar? (600 blz)
clete ernster, no guts, no glory (182 blz)
willem elsschot, het dwaallicht (62 blz)
asis aynan, gebed zonder eind (160 blz)
alan weisman, hope dies last (572 blz)

de wandeling terug
d'n berg af
de eenzame duitser 
knonnezát
zwalkend
blikje bier in linkerhand
blikje bier in rechterhand
schreeuwzingend
liefde betuigend
aan
s04

mooie avond

zaterdag 21 februari 2026

VVV – TOP Oss


Knappe jongen die ondergetekende weet te verleiden tot het in de openbaarheid van een stadion tonen van zijn voetbalemoties. Doorgaans blijft het bij gesteun, gezucht en binnensmonds gevloek en een langgerekt ‘ja’ bij een doelpunt.


Gisteren waren er drie knappe jongens die ondergetekende wisten te verleiden tot het tonen van zijn voetbalemoties in De Koel. Verklarende factoren voor deze inbreuk op het patroon: de gebeurtenissen op het veld en de voor het loslaten van de voetbalemotionele rem bevorderlijke relatieve tribuneleegte om hem heen.


Drie knappe jongens, twee villains, één hero.

Villain 1: Thomas Hardeman, scheidsrechter van dienst
Steeds irritantere gast naarmate de wedstrijd vorderde en naarmate de VVV-wanhoop toenam en daarmee ook de frustratie van ondergetekende. Beide gele kaarten voor Zandbergen uiterst twijfelachtig, afgekeurde goal Van Oorschot een lachertje, minimaal vijf minuten te weinig extra speeltijd. Enzovoort. Toppunt van pietluttigheid: het eindeloze gedoe in de slotfase rondom het nemen van een vrije trap door VVV-doelman Youri Schoonderwaldt. Allemaal aanleiding voor enigszins luidkeels gevloek en enigszins theatrale armgebaren van ondergetekende.

Villain 2: Mike Havekotte, doelman van TOP Oss
Steeds irritantere gast naarmate de wedstrijd vorderde en naarmate de VVV-wanhoop toenam en daarmee ook de frustratie van ondergetekende. Uitermate bedreven in het uit de kast halen van het hele scala aan gekmakende tijdrekkende activiteiten, zoals het zogenaamd de bal kwijt zijn, het tergend langzaam klaarleggen van de bal voor een doeltrap, het telkenmale langdurig afkloppen van het zand van zijn schoenen tegen de doelpaal alvorens een doeltrap te nemen. Enzovoort. En villain 1 stond erbij en keek ernaar. Allemaal aanleiding voor enigszins luidkeels gevloek en enigszins theatrale armgebaren van ondergetekende.

Hero meets villain 1

Hero: Philip Heise, centrumverdediger en linksback van VVV
Ondergetekende is al vanaf de allereerste wedstrijd diep onder de indruk van diens fluwelen traptechniek. Heise begon de wedstrijd gisteren met een crosspass over zestig meter, een met buitenkant wreef genomen strakke corner van links en een dieptepass op maat waarmee hij Van Oorschot vrij voor villain 2 zette. Heise liet zich bij de goal van TOP inderdaad veel te gemakkelijk wegzetten, maar Heise is dan ook voetballer en geen verdediger. Wat Heise boven de werkpaarden doet uitstijgen is dat hij buitenkant links – linker Außenrist – prefereert boven rechts, wat hem een bijna kaiserliche elegantie verleent. In de 93e minuut maakte Heise gelijk. Met rechts. Niet gewoon rechts, maar buitenkant rechts – rechter Außenrist. ‘Heise du bist ein Fußballgott!, had ondergetekende in navolging van Herbert Zimmermann willen uitschreeuwen als zijn emotionele remmingen hem niet in de weg hadden gezeten. Nu bleef het bij wild opspringen, een extatisch, extreem lang aangehouden ‘ja’ en applaus.

Bedolven hero