onze schoolbel was gegaan
en we gingen voetbal spelen,
dan kwam Freek er altijd aan.
Frekie woonde in de buurt
maar zat niet op onze school.
Het was een imbeciele jongen,
een mongool.
Meestal riep er iemand wel:
‘Kom maar, Frekie, doe maar mee.’
Welke kant ie uit moest schoppen,
daarvan had hij geen idee.
Maar we legden soms de bal
op twee meter van het doel,
en we riepen: ‘Schieten, Frekie!’
En hij trok een ernstig smoel.
Als het raak was, dook de keeper
mooi naar de verkeerde kant,
en ‘t was goal, en dan was Frekie
kampioen van Nederland.
Mensen vinden Frekie zielig,
maar dat is-ie niet voor mij,
want ik kende nooit een jongen
die zo blij kon zijn als hij.
Uit 1974. Willem Wilmink schreef het, Harry Bannink zette het op muziek, Joost Prinsen zong het. En ik werd er door verpletterd en ben er sindsdien altijd verpletterd door gebleven.
Op ons trapveldje voetbalde in die tijd ook een Frekie. Een betere voetballer dan de Frekie van Wilmink: zelfs als onze Frekie vanaf twintig meter aanlegde, had de keeper geen schijn van kans.
Onze Frekie is niet meer. En de Frekie van Wilmink? Die meen ik af en toe te ontwaren in De Koel. In de hoedanigheid van VVV-supporter. Oudere man, zittend op de voorste rij, altijd gehuld in een VVV-shirt, andere VVV-parafernalia meetorsend in een plastic tasje, wat moeilijk ter been, indrukwekkend aantal ringen om z’n vingers, geen syndroom van Down, vermoedelijk wel een lichte verstandelijke handicap. Hij is er veel vaker niet dan wel. Maar als hij er is, is het onmogelijk om níet aan Frekie te denken. Want ik kende nooit een man die zo blij kan zijn als hij.
Op de plaats waar hij zit, komen ze allemaal voorbij: spelers, trainer, scheidsrechter, grensrechters. Steeds hetzelfde tafereeltje: hij roept iets, ze kijken naar hem, hij wenkt hen te komen. Stuk voor stuk komen ze. Hij slaat z’n arm om hun schouder, lacht, z’n begeleider – aantal jaren jonger dan hij – maakt een foto, Frekie deelt nog een schouderklopje uit, steekt z’n duim op en glundert. Ik kende nooit een man die zo kan glunderen als hij.
Als VVV, of nee, als Dean-Dean-Zandbergen het onmogelijke mogelijk maakt door diep in blessuretijd van 1-3 nog op 3-3 te komen, ontploft het zeiknatte stadion. Frekie juicht. En glundert.
Trainer Peter Uneken is niet zo van het in het openbaar tonen van zijn emoties. Ditmaal bedankt hij applaudisserend het publiek, zonder oogcontact te maken. Bij het verlaten van het veld laat hij de rijen jongetjes die staan te wachten om met hem of de spelers op de foto te gaan links liggen – bewust of onbewust, doet er niet toe. Stoïcijns loopt hij richting uitgang. Totdat hij ineens omkijkt. Iemand heeft toch op de een of andere manier zijn aandacht weten te trekken. Frekie. Uneken draait zich om, loopt breeduit lachend naar hem toe, geeft hem een hand, krijgt een schouderklopje, gaat met hem op de foto, krijgt een (beringd) duimpje en vervolgt zijn weg naar de uitgang. En Frekie? Frekie glundert. Ik kende nooit een man die zo blij kan zijn als hij.




























