zondag 25 oktober 2026

FC Dordrecht – VVV


Twee rijen voor me zit een man met in z’n draagzak een baby. Z’n zoontje van een jaar of vier houdt zich samen met de twee kinderen van een andere, bevriende man de hele middag onledig met stoepkrijten op de betonnen tribunetrappen. De vaders zingen passerende EHBO’ers toe, geinen met mascotte Sjakie Schaap, ouwehoeren met bekenden, mekkeren als de wisselspelers voor hun neus sprintjes maken en vragen regelmatig aan suppoost Tilly, die onder aan het hek in haar gele regenjas nat staat te worden, of het nog een beetje gaat.

We zijn in Dordt, aan de Krommedijk. Ouwe meuk, aftands, bouwvallig, chaotisch, pietepeuterig. Alsof de tijd vijftig jaar heeft stilgestaan. Laten we zeggen tweeduizend man. Ze lijken elkaar allemaal te kennen. Eeuwen geleden hebben ze zich al neergelegd bij de feiten. Het betaald voetbal kan niet zonder clubs in de marge en hier heb je het voorbeeld par excellence. Ze koesteren die status, zijn er trots op. 4-0 achter na vijftig minuten? Ach, wat zou het? Elke pretentie is hun vreemd. Over twee weken zijn ze er alle tweeduizend weer. En over 25 jaar zijn de kinderen van die stoepkrijtende kinderen hier aan het stoepkrijten, onder het toeziend oog van hun vaders en grootvaders. En Tilly ziet dat het nog steeds allemaal goed is.

Afspraak die wordt afgezegd. Wat doe je dan? Je spoort naar Dordt, je loopt evenwijdig aan het spoor naar het stadion, je mijmert over Buddingh’ (ik heb nooit hard gelopen/om dichters te ontmoeten/maar mij wel vaak buiten adem gefietst/om op tijd bij een voetbalwedstrijd te zijn/het moet, in de poëzie/niet van één kant komen), je neemt plaats op het stoeltje helemaal rechts bovenaan de tribune achter de goal, hoog en droog, je raakt ontroerd door de herfsttooi van de bomen achter de tribunes rechts van je en tegenover je, je ziet een VVV dat in de eerste helft met dat agressief druk zetten doet denken aan het Feyenoord van de laatste weken, je ziet vijf goals vallen voor de tribune aan de verre overkant, je ziet één goal voor je neus vallen, je prijst je gelukkig dat juist dat de bijzonderste goal van de middag is, je hoort een héél korte stilte vallen na die goal omdat iedereen zich er eerst van moet overtuigen dat zijn/haar ogen hem/haar niet hebben bedrogen en dat die corner er inderdaad in een keer in is gegaan, je aanvaardt dat de tweede helft niks meer voorstelt, je verlaat je hoge en droge schuilplaats, je probeert je de hele entourage in te prenten, je loopt evenwijdig aan het spoor naar het station, je spoort voldaan terug.










Geen opmerkingen:

Een reactie posten