zondag 9 december 2018

VVV – FC Groningen

Hotseknotsebegoniavoetbal (© Bert Jacobs zaliger gedachtenis)? Boerenkoolvoetbal? Ouderwets kick and rush? Lange halen, gauw thuis? Flipperkastvoetbal? Twijfel, lastig kiezen. Illustratief was in elk geval de halve minuut, halverwege de eerste helft, waarbij de bal hoog door de lucht telkens op en neer ging tussen beide ploegen. ‘Spel op hoog niveau’, zou je daarover kunnen zeggen. Maar dat is van minstens net zo’n laag ontzettend niet-grappig niveau als de opmerking ‘Hij is van het padje’, die ik iemand hoorde bezigen toen Groningen-keeper Sergio Padt groggy op de grond lag.


Wie ook weer voor vermaak zorgde, was de VAR. Vanaf mijn tribuneplaats leek de kamikazeactie van Jerold Promes geheid rood, al dient te worden opgemerkt dat je vanaf mijn tribuneplaats eigenlijk niets ziet. De VAR draaide de rode kaart terug en bezorgde VVV daarmee mogelijk dat ene punt. Even onder ons gezegd en gezwegen: van mij had de rode kaart voor Jerold ook wel gehandhaafd mogen blijven. En wel omdat ik zó ontzettend benieuwd ben naar wat mijn achterbuurman in dat geval zou hebben gezegd bij de volgende corner voor VVV. Al meer dan een jaar lang zegt hij namelijk bij elke – en als ik zeg ‘elke’, bedoel ik ook ‘elke’ – VVV-corner tegen z’n partner: ‘Let op Jerold Promes, hij gaat scoren!’ Zou hij nu bij de volgende corners dan tegen haar hebben gezegd: ‘Let op Nils Röseler, hij gaat scoren!’ En wat als Nils Röseler inderdaad uit een corner zou hebben gescoord – iets dat Jerold Promes nóóit doet? Zou hij dan bij volgende wedstrijden zijn blijven volharden in ‘Let op Jerold Promes, hij gaat scoren!’? Of zou het dan voortaan ‘Let op Nils Röseler, hij gaat scoren!’ zijn geworden?


Mijn hoogtepunt van de middag beleefde ik al een half uur voor de aftrap. In ruim veertig jaar voetbalstadionbezoek had ik namelijk nog nooit een stadion betreden via pallets. Op deze heuglijke dag beleefde ik evenwel mijn première in dezen, en dan ook nog in mijn eigen vertrouwde Koel.

vrijdag 7 december 2018

Feyenoord – VVV

Mijn top 5 van Feyenoord-VVV-van-gisteren-belevenissen, in oplopende graad van aangenaamheid:

5. Het kaartje
Het kaartje van 4 november moeten we onderaan de trappen inleveren. ‘Mag ik het alsjeblieft houden, als aandenken aan die gestaakte wedstrijd?’ Kan niet, mag niet, gaat niet. Boven bij de ingang van het vak krijgen we een nieuw kaartje, aldus de dienstdoende suppoost. Die niet oogt als een type om mee in discussie te gaan. Mokkend leg ik me neer bij de feiten. Boven bij de ingang van het vak krijgen we géén nieuw kaartje. Gaat natuurlijk helemaal nergens over. Toch is het frustrerend.


4. De wedstrijd
Balbezit in de eerste helft: Feyenoord 81 procent, VVV 19 procent. Zegt genoeg. Zo hoort het natuurlijk ook te zijn als een topclub tegen een kleintje speelt. Toch is het frustrerend.

3. De trein
Met de trein van Rotterdam Centraal naar Rotterdam Stadion en vice versa. Het wachten tot de trein uitpuilt, de voor- en napret, het voor- en nakaarten, de oudjes die Beertje Kreijermaat en Henk Schouten nog in De Kuip hebben zien spelen, de verwachtingsvolle jongetjes met hun even gelouterde als trotse vaders, de spontane gesprekken. Het is allemaal zó mooi.

2. Het applaus
Steven Berghuis en Tonny Vilhena worden gewisseld. Ze trekken een trainingsjack aan en lopen van de dug out langs de tribunes richting kleedkamer. Ze worden uitbundig toegejuicht door de Feyenoord-aanhang.
Robin van Persie wordt gewisseld. Hij trekt een trainingsjack aan en loopt van de dug out langs de tribunes richting kleedkamer. Hij wordt uitbundig toegejuicht door de Feyenoord-aanhang. Én door de VVV-aanhang. Noem me sentimenteel, maar dat ontroert me.  


1. De eksters
Als ik aan vogels en Feyenoord dacht, dacht ik tot gisteren altijd aan meeuwen en duiven. Meeuwen omdat die na een wedstrijd altijd neerstrijken op het veld én omdat Eddy Treijtel ooit tegen Sparta met een uittrap een meeuw velde. Duiven omdat ik die wel eens had waargenomen in de nok van de tribunes van De Kuip.
Als ik aan vogels en Feyenoord denk, zal ik voortaan altijd aan eksters denken. Geen duiven ditmaal in de nok van het bezoekersvak, maar elkaar achtervolgende en luid schetterende eksters. Zó luid dat ze het stadionlawaai overstemmen. Leidt af van de wedstrijd. Wat in dit geval niet zo heel erg is.

zondag 2 december 2018

Heracles – VVV

Zoals sommige kunstenaars altijd hetzelfde werk lijken te maken, zoals sommige zangers altijd hetzelfde liedje lijken te zingen, zo lijkt VVV uit tegen Heracles altijd dezelfde wedstrijd te spelen. Namelijk een baggerwedstrijd.


Het begon al met die regen, met die belachelijke kunstgrasmat, met die rode shirts, met al dat papier op het veld. En als zelfs de Heilige Larsje er dan al na een minuut een potje van maakt, weet je wel zo ongeveer hoe laat het is. Daarna kwam het inderdaad nooit meer goed. Behalve met Larsje dan. De chauvinistische Engelsen noemen de redding van Gordon Banks op de kopbal van Pele tijdens het WK van 1970 nog altijd de Greatest Ever Goalkeeper Save.


Graag wil ik de redding van Larsje op de inzet van Joey Konings na 85 minuten en 58 seconden zonder enig chauvinisme nomineren voor de nieuwe Greatest Ever Goalkeeper Save.


Verder misschien maar niet te veel woorden vuil maken aan deze wedstrijd. Gedeprimeerd onderuit hangend thuis op de bank, bedacht ik mezelf dat als ik de wedstrijd met één woord zou moeten karakteriseren, dat woord ‘geplaar’ zou zijn. Volgens het Horster woordenboek betekent plare ‘hárd waerke, wát wiënig óplevert’. Op internet kwam ik een vertaling tegen die wat mij betreft beter de lading dekt: ‘klungelen’. Geplaar, geklungel, bagger.


Mag ik het daar dit keer bij laten?

zondag 25 november 2018

VVV – AZ

1. Voorjaar 1979. Het tegen degradatie strijdende VVV speelt in De Koel een inhaalwedstrijd tegen AZ. Geen idee of ze kloppen, maar vier aspecten van de wedstrijd staan in m’n geheugen gegrift: 1. de wedstrijd werd op een doordeweekse avond gespeeld; 2. AZ, meestrijdend in de top van de ere-divisie, is superieur, maar komt niet verder dan een magere 1-0; 3. terwijl we al richting uitgang lopen, gebeurt het ongelooflijke: in de 94e minuut bezorgt Willy Bothmer VVV met een afstandsschot alsnog een puntje; 4. de extase waarin ik daarna verkeer.


2. 25 november 2018. Bijna veertig jaar later, weer in De Koel tegen AZ, ditmaal geen inhaalwedstrijd. Inzet ditmaal: de vierde plaats op de ranglijst. Opnieuw is AZ superieur, opnieuw weet AZ dat niet in de score tot uiting te brengen. Ditmaal komt het niet verder dan een magere 2-1. En dan gebeurt in de 94e minuut opnieuw het ongelooflijke. De Willy Bothmer van nu heet Patrick Joosten. Opnieuw verkeer ik in extase. Vijf seconden dan. Want buitenspel. Of toch niet? Nee dus, zegt de VAR. Maar mijn extase ben ik kwijt.


3. Hoofdrolspeler was weer eens de VAR. Ik houd niet van de VAR. De VAR brengt hoop en vertwijfeling. Dat verhoogt het spektakel, kun je zeggen. Maar de VAR temt tegelijkertijd emoties. De vreugde en het verdriet worden door de VAR verzacht, ze zijn minder groot, minder intens, minder puur. En dat verlies weegt veel zwaarder dan de winst van de introductie van de VAR.


4. Mijn top 3 van vanavond in mijn tribuneomgeving gehoorde slechte grappen: 3. ‘Verstappen heeft sneller een pitstop gemaakt dan dat Seuntjes zich draait’; 2. ‘Je krijgt geen pakje in je schoen van de Sint, hoor Manschot!; 1. ‘Heb je het koud? Het heet hier niet voor niets De Koel.’

zondag 11 november 2018

VVV – Fortuna Sittard

26e minuut: helft van de helft van Fortuna. Susic speelt Hem de bal door de lucht aan. Vervelende bal eigenlijk. Niet voor Hem. Met Zijn rug naar het doel neemt Hij de bal ineens uit de lucht en opent op rechts naar Rutten. ‘Geluk, Hij had Rutten helemaal niet gezien’, zegt T., mijn tribunegenoot. Ik weet wel beter.


56e minuut: Rutten stuurt Hem op rechts de diepte in. Zonder dat Hij de bal aanneemt slingert Hij de bal ter hoogte van het strafschopgebied hoog door de lucht helemaal naar links, naar Grot. ‘Is dit de bedoeling?’, hoor ik commentator Frank Snoeks thuis later zeggen. In het stadion uit ik woorden van gelijke strekking richting T. ‘Natuurlijk had Hij dat gezien’, zegt T. Hij heeft gelijk: hoe kan ik nou ook aan Hem twijfelen? Hij ziet alles.


Als ik me over een week, een maand, een jaar, nog íets herinner van VVV – Fortuna Sittard dan zijn het deze twee momenten. Als Lars Unnerstall de Onwankelbare Toren is van VVV, dan is Ralf Seuntjens het Alziend Oog. Een niet ogend Alziend Oog. Dat niet ogende is de reden dat de door mij hoog geachte T. – tot mijn grote frustratie – altijd een beetje lacherig doet over het Alziend Oog. Of moet ik zeggen ‘deed’? Heeft die bal in de 56e minuut hoog door de lucht helemaal naar links, naar Grot, T. dan eindelijk tot inzicht gebracht? Was dít zijn bekering tot het Alziend Oog? Dat zou me nog meer waard zijn dan die drie punten.


Het Alziend Oog doet me altijd een beetje denken aan Matthew Le Tissier, cultheld van Southampton in de jaren negentig van de vorige eeuw. Zelfde lichaamsbouw, zelfde slepende tred. Evenmin gracieus, eveneens traag ogend. Eveneens een perfecte balbehandeling, eveneens in staat oplossingen te zien die normale stervelingen nooit zullen zien.


De Onwankelbare Toren of het Alziend Oog: wie zou ik het meest missen? Eerlijk? Nou dan: het Alziend Oog – laat de Onwankelbare Toren het niet horen.  

zondag 4 november 2018

Feyenoord – VVV (2)

1498   seconden in auto’s op en neer naar stations gezeten
14766 seconden in treinen gezeten
3713   seconden op treinen gewacht
1784   seconden in trams gezeten
326     seconden op trams gewacht
258     seconden op stadiontrappen gelopen
846     seconden van tram naar stadioningang gelopen
4537   seconden op een Kuipstoeltje gezeten
3128   seconden van stadion naar station gelopen

voor

36       seconden voetbal

en

0         seconden spijt



 

donderdag 1 november 2018

Feyenoord – VVV (1)

Zondag Feyenoord – VVV. Ik ga met de trein. Net als in 1976.


Ik was 11. Voor het eerst in vijftien jaar speelde VVV weer eens in de ere-divisie. Om de veertien dagen puilde De Koel uit. VVV was hot. Zó hot dat op zondag 5 december een speciale supporterstrein naar Rotterdam zou rijden voor Feyenoord-VVV. Natuurlijk moest en zou ik mee. Voor de eerste keer naar De Kuip en dan nog wel voor Feyenoord-VVV! Dat kwam evenwel absoluut niet im Frage: als bij ons thuis één dag heilig was, dan wel 5 december. Mijn ouders waren onvermurwbaar, ik ontroostbaar. Maar ziedaar, voor één keer zat het mee: de wedstrijd werd afgelast en twee weken later opnieuw geprogrammeerd. Nieuwe ronde, nieuwe kansen! Wonder boven wonder bleken nog kaartjes beschikbaar en zo spoorde ik op 19 december met mijn vader, een oom en een neefje in een volle trein – drieduizend supporters volgens Dan wordt een goal geboren …,  maar dat lijkt me aan de wel erg hoge kant – naar Rotterdam. Een bijzondere ervaring. Zó bijzonder, dat ik er dezelfde dag nog een verslag van maakte:


De heenreis
Vanmorgen om half tien gingen we [neef] P.V. in Blerick ophalen. Hij ging samen met J., J. en Wim Moorman naar de voetbalwedstrijd Feijenoord-VVV. We gingen daarheen met de trein. Om kwart over tien waren we weer in Horst. Daar wachtten we een half uur. Daarna reden we naar het station Horst-Sevenum. Nadat we daar eventjes hadden gewacht kwam daar om elf uur de trein aan. Nadat we nog een joekskapel gehoord en gezien hadden stapten we in de overvolle trein. We kwamen o.a. langs de volgende steden: Helmond, Eindhoven, Tilburg, Breda en Dordrecht. In Eindhoven had de trein vijf minuten stilgestaan. We kwamen om kwart voor één aan in Rotterdam. Daar stapten we vlak voor de “Kuip” uit de trein. Nadat we nog even naar een goed plaatsje hadden gezocht zaten we om kwart over één op de overdekte zittribune.


De wedstrijd
Nadat we nog drie kwartier in het koude stadion hadden gezeten begon de wedstrijd om twee uur. Na 45 seconden scoorde Dick Schneider 1-0. Dit was een fikse tegenvaller voor de VVV-spelers en supporters. Na dit doelpunt riepen de Feyenoord supporters al “tien, tien …”. Iedereen dacht dat Feyenoord nu gemakkelijk de overwinning zou behalen. Het tegendeel was echter waar. De Feyenoord-aanvallers konden niet door de VVV-verdediging komen. Tot de rust bleef de stand 1-0 voor Feyenoord. Na de rust was VVV zeer goed. In de 53-ste minuut kreeg VVV een vrije schop. Albert van der Weide nam deze vrije trap. Hij schoof de bal zeer onverwachts naar de op rechts vrijstaande Marinus van Dinter. Deze trapte de bal keihard achter de verbaasd toekijkende keeper Eddy Treytel. De stand was nu dus 1-1 geworden.


Na dit doelpunt moest Feyenoord wel naar voor. De Duitse keeper van VVV – Vieten – kreeg het nu druk. Maar wederom bleek hij een betrouwbaar sluitstuk te zijn. Feyenoord bleef in de daaropvolgende 25 minuten de bal alleen maar hoog voor de goal gooien. Dit had echter geen succes. VVV daarentegen kreeg nog een paar goede kansen. De beste kans kreeg Stevan Kurcinac twee minuten voor het einde. Nadat hij Van de Korput en Vos met een mooie beweging had omspeeld kwam hij alleen voor keeper Treytel. Stevan had een grote kans, maar … hij schopte in de grond. Hierna kreeg Feyenoord nog wat kansjes maar de stand bleef 1-1. De VVV-supporters waren natuurlijk door het dolle heen. Wie had dit verwacht?’


Veel mooier zou het daarna niet meer worden.