zaterdag 27 oktober 2018

Emmen – VVV

Donderdag. Mailtje van de club: ‘VVV-Venlo is zo’n club, die zit in je genen. En kruipt in je hart. Om daar nooit meer uit weg te gaan! We kennen het gevoel! Zonder jullie kan VVV niet bestaan. Bedankt voor jullie onvoorwaardelijke geloof in onze prachtige club!’ Tot tranen toe geroerd. Ik doe er toe! Zonder mij kan onze prachtige club niet bestaan. Meer dan veertig jaar heb ik me afgevraagd wat daar toch op een bepaald moment in m’n hart was gekropen en er sindsdien nooit meer uit is weggegaan. En nu dan eindelijk het verlossende antwoord: VVV, onze prachtige club! Zou het feit dat er geelzwart bloed door m’n aderen stroomt dan misschien eveneens iets van doen hebben met onze prachtige club?  


Vrijdag. Mezelf voor de tweede keer dit seizoen veroordeeld tot de rol van bankzitter. Gezelschap van Larsje, behaaglijk temperatuurtje, natje en droogje binnen handbereik. Alle voorwaarden voor een heerlijk avondje zijn geschapen. Twintig minuten lang het geijkte patroon: VVV controleert, van Emmen geen spoor. 1-0, uitsluitend en alleen dankzij Ralf Seuntjens. Geen vuiltje aan de lucht. En dan ineens die rode kaart. ‘Onbesuisd en dom’, zegt Maurice Steijn er na afloop over. Van je trainer moet je het maar hebben. Onze trainer die toch al geen onvoorwaardelijk geloof in onze linksback lijkt te hebben. Zoals onze trainer ook al geen onvoorwaardelijk geloof in onze vorige linksback (Fleuren inderdaad) leek te hebben. Zit onvoorwaardelijk geloof in linksbacks dan niet in de genen van onze trainer? Is onvoorwaardelijk geloof in linksbacks nooit in het hart van onze trainer gekropen? Zit onvoorwaardelijk geloof in linksbacks überhaupt niet in genen van trainers en kruipt het überhaupt nooit in hun harten? Wat zegt dit over mijn eigen voetbalcarrière? Zou ik het Nederlands elftal hebben gehaald als ik géén linksback was geworden? Mijn onvoorwaardelijke geloof in trainers wankelt ineens. Wat een heerlijk avondje moest worden, is ontaard in een verwarrend avondje.


Zaterdag. Lees nog tien keer het mailtje van donderdag. Glim van trots, ben er weer helemaal bovenop. Doe er nog steeds toe.   

zondag 21 oktober 2018

VVV – ADO Den Haag

‘Goan toch allemoal truuk noa de Kroënenbèrg, boere!’, schreeuwt de man schuin achter me in de 83e minuut. Vak VN5, collectief weggedut in de warme oktoberzon, schrikt wakker. Verrek ja, er is hier een voetbalwedstrijd gaande. Zijn wij, VN5’ers, even vergeten. Maar is het gek? Alle spektakel in deze wedstrijd zit tot dusverre samengebald in de eerste minuut van de wedstrijd: steekpass Ralf Seuntjens – Peniel Mlapa wordt onderuit gehaald door de keeper – penalty – Mlapa zelf schiet onberispelijk in – 1-0. Wedstrijd gespeeld, ADO is machteloos, VVV vindt het verder wel goed.


‘Goan toch allemoal truuk noa de Kroënenbèrg, boere!’, is een schreeuw van frustratie van de man schuin achter me over het stilzwijgen van VN5. VN5 is een vak vol theaterpubliek. Juichen bij een goal, een beschaafd applausje bij een geslaagde actie, licht gefluit bij een onbegrijpelijke beslissing van de scheidsrechter. Daarmee heb je het wel zo’n beetje gehad. Zelfs de massaal gezongen oproep om te gaan staan voor VVV krijgt ons VN5’ers doorgaans niet op de been. En ik? Ik zou willen dat het anders was, maar ik ben het prototype van een VN5’er. Te geremd om mijn emoties te delen met andere tribuneklanten.


‘Goan toch allemoal truuk noa de Kroënenbèrg, boere!’, roept de vraag op waarom de man schuin achter me denkt dat wij VN5’ers allemaal uit Kronenberg komen. De vraag ook waarom hij denkt dat wij VN5’ers allemaal boeren zijn. De vraag ook waarom hij denkt dat boeren collectieve stilzwijgers zijn. De vraag ook of hij misschien een traumatische ervaring heeft opgedaan in Kronenberg of met Kronenbergers. Ik zal de volgende keer eens bij ‘m informeren. Of misschien ook wel niet. Toch te geremd.


‘Goan toch allemoal truuk noa de Kroënenbèrg, boere!’, leidt er wel toe dat wij VN5’ers net op tijd weer helemaal bij de les zijn. Jay-Roy Grot maakt de 2-0 na een ouderwetse scrimmage – om de een of andere reden zijn scrimmages altijd ouderwets – en de overwinning plus de vijfde plaats zijn definitief veiliggesteld. Iedereen tevreden, inclusief wij VN5'ers. En de schreeuwer schuin achter me. Al zal hij vanavond in z’n stamcafé in Boalder, d’n Bookend, Holt-Bliërick of ’t Ven ongetwijfeld de gelegenheid te baat nemen om z’n frustraties over ons VN5’ers te delen met z’n drinkmaten.


Oh ja, niet vergeten te vermelden: de uit 1687 daterende parkeerplaats vóór De Koel is gerenoveerd!

zondag 7 oktober 2018

PSV – VVV


Zondag 12 september 1976 was een bijzondere dag in mijn leven. Zondag 12 september 1976 was de dag van mijn allereerste VVV – PSV. De promovendus tegen de landskampioen. De promovendus won. Met 2-0, doelpunten Stefan Kurcinac en Mikan Jovanovic. Ik was erbij, samen met 15.000 anderen.


In de 42 jaar die volgden op zondag 12 september 1976 speelden VVV en PSV nog 28 competitiewedstrijden tegen elkaar. Meestal was ik erbij, zowel in Venlo als in Eindhoven. Maar 42 jaar lang gebeurde niet meer wat op zondag 12 september 1976 gebeurde: een VVV dat wint. Zelfs niet op 2 augustus 2009, toen VVV onder leiding van een fenomenale Keisuke Honda PSV bij tijd en wijle alle hoeken van het eigen Philips Stadion liet zien. Toch bleef het bij 3-3.


Altijd van PSV winnen zou saai zijn. Maar één keer per decennium mag toch wel? Zodat je weer voor de komende tien jaar tegen het leven bent opgewassen. Is zelfs dat al teveel gevraagd? Blijkbaar wel, want ook gisteren ging het weer mis. Als Ralf Seuntjens die bal er na 18 minuten en 57 seconden nou eens gewoon in had geschoten? Maar ‘als’ – cliché der clichés – telt niet in het leven en al helemaal niet in het voetbal.


Verder business as usual. Ongastvrije ontvangst, behoorlijk vol uitvak, de keuze tussen kijken door een net of kijken door plexiglas, bombastische muziek, muisstil thuispubliek, VVV-supporters in full voice, plichtmatig PSV, reddingen van Larsje, zich tekort gedaan voelende PSV-spelers, -trainers en -supporters, speldenprikkend VVV, niet weggespeeld worden en toch verliezen. En – ik kan het niet ontkennen – mijn frustratie. Mijn gigantische frustratie. Wat zou het leven toch fijn zijn als VVV ooit weer een keer van PSV won.


Zondag 17 maart 2019, 12.15 uur, De Koel: nieuwe ronde, nieuwe kansen.

zaterdag 29 september 2018

Excelsior – VVV

Couch potato ditmaal.


Eerste keer dit seizoen. En meteen gekweld door een schuldgevoel van hier tot gunder. Drie uitwedstrijden op rij zijn ze ongeslagen gebleven, ben ik er één keer niet bij, verliezen ze.

Ligt het aan mij? Zouden ze niet hebben verloren als ik er wel bij was geweest? Ben ik soms de talisman van VVV? Had ik mezelf op moeten offeren en met de supportersbus (grrrr) mee moeten gaan? Misschien een hotelletje in Rotterdam moeten nemen?

En hoe moet dat nu op 26 oktober, een vrijdag, Emmen uit om 20.00 uur? Principes opzij zetten en toch maar gewoon in die supportersbus stappen? Een hotelletje in Emmen nemen? Zijn er eigenlijk wel hotelletjes in Emmen?

Of heeft het toch allemaal geen zin meer? Is de magie voor eens en altijd verbroken omdat ik één keer heb verzaakt?

En wat betekent dit allemaal voor komende zaterdag, PSV uit, de club die ik haat? Kaartje al in huis, ik ben erbij, maar is mijn aanwezigheid nog steeds een garantie voor niet verliezen? Zo ja, moet ik dan mijn voornemen om niet naar Alkmaar, niet naar Almelo, niet naar Den Haag, niet naar Groningen te gaan in heroverweging nemen? Een bad case scenario, maar wat in het geval van het worst case scenario, verliezen in Eindhoven? Durf ik dan nog wel over straat?

‘Kijk, daar loopt ie, de schurk die het onheil over VVV heeft afgeroepen door in een vlaag van lichtzinnigheid te besluiten Excelsior – VVV als couch potato te volgen.’

zaterdag 22 september 2018

VVV – NAC

Tja, wat valt er te zeggen over VVV – NAC?


Dat het geen wedstrijd was die me eeuwig zal bijblijven?
Dat het krachtsverschil eenvoudigweg te groot was?

Dat het scorebord alleen de eerste corner met een waanzinnig deuntje opluisterde?
Dat het scorebord elke wedstrijd een andere verrassing in petto heeft?

Dat de man achter me vond dat Janssen een goede wedstrijd speelde?
Dat ik misschien ook wel vond dat Janssen een goede wedstrijd speelde?

Dat Jerold Promes een standbeeld verdient?
Dat Jerold Promes anders toch op z’n minst een mural verdient?


Dat scheidsrechter Kamphuis zowel voor de wedstrijd als tijdens de rust als na afloop lachte naar de man die keihard ‘Kamphuus’ riep?
  
Dat Susic beter is dan Leemans?
Dat Mlapa een waardig opvolger van Uchebo is?

Dat Hans Kraay jr. er enorm van geniet als het publiek hem oproept z’n jasje uit te doen?

Dat het zo’n beetje de hele wedstrijd regende?


Dat ik in de rust de ene man aan de andere hoorde vragen: ‘Ga je mee naar Roemenië?’
Dat de andere man antwoordde: ‘Naar Roemenië? Hoezo in godsnaam naar Roemenië?’
Dat de ene man antwoordde: ‘Voor de voorronde Europa League’?

Dat Mlapa nog geen liedje heeft waarmee hij wordt toegezongen?
Dat ik benieuwd ben naar de melodie van het liedje waarmee Mlapa in de toekomst zal worden toegezongen?

Dat de man achter me ook nu weer bij elke corner voorspelde dat Jerold Promes ging scoren?
Dat Jerold Promes ook nu weer bij geen enkele corner scoorde?

Dat de goddelijke Lars Unnerstall ook nu weer een geweldige redding verrichtte?
Dat de goddelijke Lars Unnerstall ook nu weer na afloop als enige de moeite nam met z’n fans op de foto te gaan?


Dat de man achter me zei dat we na zes wedstrijden toch al een derde van het benodige aantal punten hebben?

Dat ik hier na thuiskomst voor de zekerheid toch maar een foto van heb gemaakt?

zondag 16 september 2018

De Graafschap – VVV

Alles heeft een eerste keer. De eerste keer dat ik van een wedstrijd van VVV alleen de tweede helft zag, was op woensdag 12 mei 1993 in Almelo tegen Heracles. De eerste helft was drie dagen eerder al gespeeld. Dat zat zo: scheidsrechter Wout Schaap was in de rust afgehaakt met diarree, grensrechter Ruud Bossen zou hem vervangen, maar een nieuwe grensrechter bleek niet voorhanden – de ‘vierde man’ bestond nog niet. De wedstrijd, waarin VVV kampioen van de eerste divisie had kunnen worden, werd gestaakt en drie dagen later uitgespeeld. De eerste helft had ik moeten missen omdat ik zelf moest voetballen, maar de tweede helft liet ik natuurlijk niet aan me voorbijgaan, hoewel op die avond al kampioen worden er intussen niet meer inzat. Samen met m’n vader reed ik voor drie kwartier voetbal naar Almelo. We zagen er VVV de in de eerste helft opgebouwde 1-0 voorsprong behouden. Vier dagen later volgde thuis tegen RBC alsnog het kampioenschap.


Sommige dingen hebben ook een tweede keer. De tweede keer dat ik van een wedstrijd van VVV alleen de tweede helft zag, was gisteren in Doetinchem tegen De Graafschap. Het plan was goed: met de in Melderslo woonachtige schoonouders van De Graafschap-speler Stef Nijland zouden we eerst in de uiterste zuidwesthoek van Drenthe de ‘art-expedition’ Into Nature bezoeken, waarna we naar Doetinchem zouden rijden om daar de drie door Stef klaargelegde kaartjes in ontvangst te nemen en vervolgens de eretribune te bestijgen.


Maar Into Nature was prachtig en werd naarmate de dag vorderde verdorie almaar prachtiger. Terwijl de klok maar door bleef tikken. Met als gevolg dat we Drenthe veel te laat achter ons lieten. Het zal zo ongeveer ter hoogte van de Woeste Hoeve zijn geweest dat Tino-Sven Susic VVV op een 1-0 voorsprong zette. En ik denk dat we in de buurt van Stegeslag waren toen Danny Post de 2-0 maakte. De rust was al aangebroken toen we Doetinchem dan eindelijk bereikten. Camper geparkeerd en in een razend tempo op de fiets (m’n eerste keer per fiets naar een uitwedstrijd van VVV!) naar De Vijverberg. In gloeiende haast de De Graafschap-tractor gepasseerd,


snel-snel de kaartjes in ontvangst genomen en in vliegende vaart met de roltrap (een decadentie boeren onwaardig) naar de eretribune. Om daar nog net de aftrap van de tweede helft te zien en te constateren dat Stef in de rust was gewisseld.


Valt er nog wat over de wedstrijd te zeggen? Weinig. 43 minuten lang was De Graafschap machteloos en speelde VVV zo soeverein als ik VVV in de ere-divisie nog maar zelden heb zien spelen. Pas de laatste zes minuten werd het leuk. En uiteindelijk was de godsgelijke Lars toch weer de held van de avond door in blessuretijd die kopbal tegen de paal te duwen.


Daarna op de fiets weer terug naar de camper. Gestopt bij een cafetaria. Frites met een groentekroket genuttigd in de camper (m’n eerste keer frites met groentekroket in een camper na afloop van een uitwedstrijd van VVV!). De terugreis. Lege autowegen. Genieten van de muziek. De dag uitvoerig nabeschouwen. De lust om naar Zuid-Frankrijk door te rijden. Waarom hebben we dat eigenlijk niet gewoon gedaan?

zondag 2 september 2018

VVV - Heerenveen

Laag tempo, onvoorstelbaar veel knullig balverlies, momenten van totale lethargie, nauwelijks bedrijvigheid in de strafschopgebieden, geen individuele acties: zeventig minuten lang is VVV-Heerenveen een beproeving. Zeventig minuten lang is het een opgave voor de toeschouwer om bij de les te blijven. Probeer onder zulke omstandigheden ook maar eens géén hevig verlangen naar Ivo Dahlmans te krijgen. Niet de beste spits die VVV ooit heeft gehad, maar toch. Beleefde z’n finest hour in 1983 in de thuiswedstrijd tegen Heerenveen, toen ie binnen acht minuten een zuivere hattrick maakte. Ivo, waar ben je als we je nodig hebben?


Net voor rust valt er plotseling iets te beleven: eerste corner van de wedstrijd! Waar natuurlijk weer niets uit voortkomt. Gedachten die blijven hangen bij het scorebord. Dat vermeldt dat de corner is aangeboden door Die 2 Brüder von Venlo. Corners die worden aangeboden door de lokale groenteboer – in wat voor mallotige wereld zijn we eigenlijk beland?


Na rust hetzelfde geploeter. Pijn aan de ogen. Waarom gooit Steijn nou verdomme Dolsige Rico er niet in? Als deze wedstrijd iemand nodig heeft, dan is het wel Dolsige Rico. Toegegeven, ook bij Dolsige Rico is het niet altijd allemaal goud wat er blinkt. Maar heeft Dolsige Rico z’n dag, dan kan Dolsige Rico een wedstrijd wel openbreken. Met een woeste dribbel of een ragfijn steekpassje.
Dolsige Rico, there is only one Dolsige Rico.
Ai, ai, aiai, Doooool-si-ge Rico.
One Dolsige Rico, there is only one Dolsige Rico, walking along, singing a song, living in a Rico wonderland.



En dan ineens wordt het toch nog leuk. Nou ja, een beetje dan. En toch weer een puntje. 1-0, 0-1, 1-1, 1-1. Noord-Limburgs minimalisme. Volgende keer gewoon Dolsige Rico in de basis en Ivo Dahlmans voor noodgevallen achter de hand houden op de bank. En ten koste van alles corners voorkomen. Vooral dat laatste.